|
Rasbeschrijving Fila Brasileiro ALGEMENE VERSCHIJNING :
Er moet een duidelijk verschil zijn tussen een reu en een teef, op deze foto zie je een jonge reu van nog geen jaar met een volwassen teef. Fouten - Smalle schedel of smalle snuit. Algemeen licht gebouwd, te lichte botstructuur, te weinig massa, lompe/zware bewegingen, zonder elasticiteit.
Moed, vastberadenheid en een ongekende dapperheid. Hij is gewillig met de eigenaar en familie, en uiterst tolerant met kinderen. Zijn loyaliteit is een gezegde in Brazilië. Altijd proberen om zo dicht bij de eigenaar te zijn. Een van de kenmerken van de fila is de "ojeriza" grote wantrouwen tegenover vreemden. Hij geeft een rustige gedrag weer, vertrouwen en zekerheid worden niet verstoord door vreemde geluiden of door een nieuwe omgeving. Onverbeterlijke bewaker van eigendom, een instinctieve jager van groot wild en het hoeden van de veestapel.
BEWEGING : De grote lange elastische passen doen denken aan die van katachtigen. Het meest karakteristieke is de kamelengang, waarbij hij de twee ledematen van één zelfde kant beweegt en daarna die van de andere kant, hierdoor wordt een rollende beweging veroorzaakt met zijwaartse schommeling van de borstkast en van de heup die versterkt worden in de staart als deze opgericht is. In de pas houdt hij de kop onder de ruglijn. De draf is gemakkelijk, vloeiend en vrij, met grote passen en met een groot bereik en rendement. De galop is krachtige en met een snelheid die men van zo'n zware grote hond niet zou verwachten. De Fila geeft niet alleen de indruk maar kan ook daadwerkelijk direct en snel van richting veranderen tot wel 90 graden aan toe. Als de Fila zich verwijdert of nadert, moet deze schommeling ons de indruk geven van het bestaan van onafhankelijkheid tussen de bewegingen voor en achter. Fouten - Hoofd en nek hoog opgeheven tijdens het lopen. Kleine passen. Passen in X vorm. Uitslaande bewegingen van de poten. HOOFD :
FOUTEN - Heel groot hoofd of een klein, licht hoofd. Alles wat niet meer in harmonie staat met het lichaam. SCHEDEL : De zijkant van de schedel toont een zachte boog van de stop naar de achterhoofdsknobbel, deze is goed zichtbaar en steekt uit, vooral bij pups. Van voren gezien is de schedel ruim en breed met een licht gebogen bovenlijn. De zijkanten dalen in een bijna verticale boog af, vernauwen zich bij de snuit, echter nooit trapsgewijs.
FOUTEN- Opvallende stopo. Geen stop van opzij gezien. Geen middengroef.
Krachtig, breed en diep en altijd in harmonie met de schedel. Van bovenaf gezien is hij vol boven de ogen, wordt heel licht nauwer naar het midden, en ook heel licht breder tot de voorboog. Van opzij gezien is de bovenlijn recht of licht Romeins, nooit oplopend. De voorkant loopt bijna loodrecht naar beneden maar gaat onder de neus ietsje naar binnen, vervolgt dan naar de benedenlijn met een perfecte boog van de bovenlippen die dik zijn en hangen, en over de onderlippen vallen en de onderlijn van de snuit vormen die bijna parallel is met de bovenlijn, en eindigt met de mondhoek die altijd zichtbaar is. De onderlippen zitten vast aan de kaak tot de hoektanden, vandaar los tot de achterkant met gekartelde randen. De snuit is aan de wortel diep zonder de lengte te overschrijden. De binnenboog van de lippen vormt een omgekeerde U. Wanneer de Fila de leeftijd van vier jaar bereikt krijgt de snuit een lichtgrijze gloed. FOUTEN - Te weinig liplijn of overdadig afhangende lippen. Een V-vorm. Smalle snuit, een korte snuit en een niet perfect verlopende lippenboog. Neus te groot, gesitueerd in de gehele voorzijde van de snuit. Kleine nasale openingen. Bruine neus.
OGEN : Middelgrote tot grote omvang, amandel vorm en ver uit elkaar staand, middelmatig to diep geplaatst, kleur van een donker kastanjebruin tot geel, altijd in harmonie met de basis kleur van de vacht. Door de losse huid tonen veel exemplaren neerhangende oogleden, detail dat men niet als fout moet beschouwen daar het de trieste rastypische uitdrukking verhoogt.
OREN : Hangend, groot, dik en in de vorm van een "V". Breed aan de basis, nauwer wordend naar het uiteinde dat afgerond is. Aangezet op het achterste gedeelte van de schedel ter hoogte van de middellijn van de ogen in rustpositie en zich boven de oorspronkelijke aanzet verheffend bij alert zijn. Ze zijn scheef aangezet, met de voorkant hoger dan de achterkant. Ze tonen zich hangend langs de zijkant of naar achteren gevouwen zodat men de binnenkant ziet. FOUTEN - Hoog aangezette oren, fijne oren, klein. Men moet als ernstige fout beschouwen als het oor puntig is inplaats van afgerond.
Breder dan lang, sterk en wit. De bovenste snijtanden zijn breed bij de wortel en scherp aan de uiteinden. Hoektanden of slagtanden zijn krachtige, goed geplaatst en goed tussen hen. Ideaal gebit is een schaargebit, tanggebit is aanvaard. Een schaargebit heeft wel een duidelijke voorkeur.
Buitengewoon sterk en gespierd waardoor de indruk gewekt wordt dat het te kort is. Bovenlijn licht gebogen, goed te onderscheiden van de schedel. Wammen voorzien van in de lengte verlopende plooien. FOUTEN - Te lange nek, geen wammen, i.p.v. wammen één plooi of een horizontale plooi.
Schoft in schuine lijn, geopend vanwege de scheiding van de schouderbladen en een beetje lager dan de croupe. OP het punt war de schuin aflopende schoftlijn eindigt, verandert de richting van de bovenlijn, en stijgt langzaam tot het voorste gedeelte van de croupe. Deze lijn mag geen enkele tendens tot karperrug of zadelrug hebben. Door zijn bijzondere bovenlijn onderscheidt de Fila zich van andere rassen. De bovenlijn van de Fila bestaat uit twee rechte lijnen die door een "scharnier"worden gescheiden. De lijn loopt vanaf de nekpartij via de schoft naar de rug af, en de tweede lijn stijgt vanaf dat punt naar de croupe. De standaard stelt dat de croupe iets hoger is dan de schoft. Dit is niet juist hoewel het vaak zo lijkt. IN werkelijkheid ligt het darmbeen op gelijke hoogte van de schoft, de lijn tussen deze twee punten is echter niet horizontaal maar bestaat uit eerder genoemde - door een scharnier gescheiden - rechte op- en aflopende lijnen. FOUTEN - Horizontale rug, zadelrug en karperrug.
Breed, lang. Hoeking van ongeveer 30 graden met de horizontale lijn, een vloeiende boog vormend, Iets hoger dan de schoft. Van achteren gezien moet de croupe ruim zijn, ongeveer even breed als de borstkas en mag bij teven breder zijn. FOUTEN - Vlakke croupe en een nauwe croupe.
Sterk, bedenkt met dikke en losse huid, breed en diep. De borstkas is langer dan de buik. De lengte van de romp, gemeten van de voorborst tot het zitvlak, is 10% meer dan de hoogte van de schoft. FOUTEN - Een tonvorm, of platte ribben. Kort borstbeen.
BORST : Ribben goed gebogen, zonder de positie van de schouders te beïnvloeden. Brede en diepe borst die reikt tot de punt van de ellebogen. Borstbeen steekt duidelijk uit.
LENDENEN : Korter en niet zo diep als de borstkas, met een duidelijke scheiding van de partijen. Bij de teven zijn de randen van de flanken meer ontwikkeld. Van bovenaf gezien moeten de flanken minder breed en vol zijn dan de borstkas en de croupe, echter zonder een taille te vormen. FOUTEN - Hangende buik en een opgetrokken buik zoals bij een windhond.
ONDERLIJN : De borst is lang en parallel aan de bodem over zijn gehele lengte. De buik is langzaam oplopend, nooit als bij een windhond. FOUTEN - Platte voorborst (door afwijkende plaatsing van de schouderpartij), kort borstbeen. VOORHAND : De schouders zijn in het ideale geval opgebouwd uit twee botten van gelijke grootte (schouderblad en opperarm) waarvan het eerste een hoek van 45 graden vormt met de horizontale lijn en de twee botten met elkaar een hoek van 90 graden vormen. De hoeking schouderblad - opperarm vormt de punt van de schouder en ligt iets achter de punt van het borstbeen. In het ideale geval moet de schouder de ruimte tussen de schoft en het borstbeen vullen en de punt van de schouder moet zich halverwege deze afstand bevinden. Een denkbeeldige loodrechte lijn vanaf de schoft snijdt de elleboog en eindigt bij de voeten.
Ze moeten parallel staan. Botten krachtig en recht, voetwortels sterk en duidelijk, middelvoetsbeenderen kort, licht gebogen. De hoogte van het voorbeen, van de elleboog tot de grond, moet gelijk zijn aan die van de elleboog tot de schoft. VOETEN : Tenen sterk en goed gewelfd, niet te dicht bij elkaar. Voetkussens breed, diep en dik. In de correcte positie moeten de tenen naar voren gericht zijn. Nagels sterk, donker, mogen wit zijn waar de respectievelijke kleur van de teen dit is. De stand van de voeten moeten naar voren gericht zijn. Bij veel Fila's zie je licht naar buiten gedraaide voeten. Dit hoeft niet als fout gezien te worden. FOUTEN - Puur Franse stand. ACHTERHAND : Lichter dan de botten van de voorhand, ze mogen echter nooit licht lijken in verhouding tot het totaal beeld. Dijbeen breed met gebogen randen die gevormd worden door de spieren die van het darmbeen en het zitbeen afdalen, deze laatste zorgen voor de boog van het zitvlak, reden waarom een goede lengte van het zitbeen vereist wordt. ACHTERBENEN : Parallel, sterke voetwortels, middenvoetsbeenderen licht gebogen, hoger dan de middenhandsbeenderen. Hoekingen van knie en spronggewricht middelmatig.
Zelfde als de voorvoeten, maar dan iets meer ovaal. Vijfde teen is niet toegestaan. STAART : Zeer breed bij de wortel, middelhoog aangezet, snel dunner wordend en afhangend tot het spronggewricht. Als de hond opgewonden is richt de staart zich op en toont een bocht aan het uiteinde. Hij mag niet over de rug vallen of krullen.
REUEN : 65 tot 75 cm. Teven : 60 tot 70 cm. Bij de CBKC wordt 5 cm hoger geaccepteerd. De Fila moet niet als een groot ras beschouwd worden. Wat hoogte betreft moet men de Fila als middelgroot beschouwen. De indruk van de grootte komt door zijn massa, lengte, diepte, bespiering, botten, hoofd en niet door de hoogte. GEWICHT : Reuen minimaal 50 kg. Teven minimaal 50 kg. KLEUR : Toegestaan zijn alle egale kleuren behalve diskwalificerende. Gestroomd op een effen ondergrond met zwakke strepen of donkere strepen al of niet met zwart masker. Bij alle toegestane kleuren zijn witte aftekeningen toegestaan aan de voeten, borst, en punt van de staart. Witte vlekken op de rest van de vacht zijn ongewenst. Geoorloofd zijn de volgende kleuren: 1)Geel in al zijn gradaties vanaf zeer licht tot rood. 2)Geel in al zijn gradaties vanaf zeer licht tot rood met een askleurige schaduw 3) De kleuren van groep 1 en 2 met zwart masker en zwarte oren of enkel zwart masker. 4) Gestroomd. Basiskleur gelijk aan de vorige groepen met zwarte strepen. De strepen zijn van dezelfde breedte over de gehele lengte en onregelmatig over het gehele lichaam verdeeld en zeer gevarieerd en verschillend van lengte. Op de bovenlijn van het lichaam, bovenop de wervelkolom, moeten ze een V vormen. 5) Gestroomd met zwart masker en zwarte oren of enkel met zwart masker. 6) Lichtgrijs of zilvergrijs 7) Zwart (bij de CBKC, zeker niet bij de CAFIB) 8) Alle hiervoor genoemde kleuren met witte aftekeningen aan de voeten, borst en punt van de staart. De zeer omstreden keur zwart is volgens de CBKC standaard geoorloofd, hoewel men bij zwarte Fila's meestal ernstige constructiefouten en fouten aan de kop aantreft. Een zeer zware fout is het wit dat meer dan ¼ van het lichaam beslaat. Volgens de standaard zijn witte aftekeningen aan de borst, tenen en punt van de staart geoorloofd en op andere plaatsen ongewenst. (CBKC Standaard) Deze bepaling werd pas in de standaard van 1984 opgenomen. In de CAFIB standaard mag onderstaand dus wel:
In de CBKC standaard komen andere soorten "bestreping" voor wat volgens de CAFIB aanhangers duidelijk komt door invloed van vreemde rassen. In de zeventiger jaren ontstond het fenomeen "mixbreeding", het inkruisen van andere rassen, met als doel een ander type Fila te krijgen, bv groter, zwart van kleur, minder scherp en dus commerciëler. Het was duidelijk dat er geen duidelijke rasstandaard was waar iedereen mee kon leven en waarbij iedereen meewerkte aan het verbeteren van het ras op een en dezelfde manier, de gedachtes liepen nogal uiteen, en het groepje liefhebbers van de authentieke Fila was niet groot of sterk genoeg om hun stem te drukken in de huidige rasstandaard, waar dus zeer rastypische kenmerken gewoon verdwenen. Bij de gestroomde Fila zijn de strepen niet met het volle penseel neergezet, ze zijn niet effen zwart maar ze zijn opgebouwd uit kleine haaltjes die verticaal op elkaar staan (zoals stenen die een pilaar vormen). De strepen zijn erg verschillend wat betreft grootte en intensiteit. Er zijn stukken waar het aantal strepen veel groter is dan het andere en er komen lange strepen naast korte strepen voor. Als de zwarte strepen tegen elkaar aanliggen en zodoende zwarte plekken vormen moet dit als een defect gezien worden (inmenging van vreemd bloed). HUID : Een van de belangrijkste kenmerken van het ras is de dikke, losse huid rond het lichaam, voornamelijk in de nek, die uitgesproken plooien kunnen doorlopen tot in de borst en buik. Sommige honden vertonen een plooi aan de zijkant van het hoofd en ook één van de schoft aflopend naar de schouder. Als de hond in rust is mag het hoofd geen rimpels vertonen, bij alert zijn veroorzaakt de samentrekking van de schedelhuid bij het optrekken van de oren kleine in de lengte verlopende plooien of rimpels op de schedel.
VACHT : Kort, glad, dicht en goed aansluitend.
ALGEMEEN : Cryptorchisme of monorchisme, het gebruik van hulpmiddelen, albinisme, a-tupisch zijn. DISKWALIFICEREND : 1) Agressie tegen de baas 2) Lafheid 3) Vleeskleurige neus 4) Bovenvoorbeet Ondervoorbeet waarbij de tanden zichtbaar zijn als de mond gesloten is Het ontbreken van 1 hoektand of 1 kies (m.u.v. de derde) 5) Blauwe ogen 6) Gecoupeerde oren of staart 7) Croupe lager dan de schoft 8) Alle witte, muisgrijze, blauwe, black and tan, gevlekte of gespikkelde honden 9) Kleiner dan de minimum afmeting 10) Het ontbreken van losse huid 11) Het ontbreken van de kamelengang
ZEER ERNSTIG: 1) Klein hoofd 2) Korte bovenlippen 3) Uitgesproken stop, van voren gezien 4) Uitpuilende ogen 5) Het ontbreken van 2 tanden (m.u.v. de P1) 6) Het ontbreken van wammen 7) Apathie of angst 8) Overgevoeligheid voor schoten 9) Karperrug 10) Platte bovenlijn 11) Te veel opgetrokken onderlijn 12) Koehakkigheid 13) Het ontbreken van hoeking in de achterpoten 14) Te lichte botten 15) Het ontbreken van substatie 16) Groter dan de maximumhoogte 17) Witte aftekeningen die meer den ¼ van het lichaam bedekken 18) Gebrek aan pigment langs de oogranden 19) Ronde ogen 20) Vierkante bouw
ERNSTIG : 1) Korte snuit 2) Kleine oren 3) Hoog aangezette oren 4) Buitensporig lichte ogen 5) Rimpels op de schedel als de hond in rust is 6) Ondervoorbeet 7) Ontbreken van 2 tanden 8) Plooien onderde keel die horizontaal zijn 9) Zadelrug 10) Nauwe croupe 11) Gekrulde staart, over de rug gedragen staart 12) Te weining borstdiepte, opvallendeafwijkingen aan de middenhands- en middenvoetsbeenderen 13) Erg gehoekte achterpoten 14) Korte passen
KLEINE FOUTEN : Alles wat afwijkt van de beschrijvingen in de standaard. N.B. Reuen moeten twee duidelijk zichtbare, normaal in het scrotum afgedaalde testikels hebben.
|